Als kind opgroeien op een ziekenhuisschip

Feyan Pulmano (30) woonde als kind drie jaar op de Anastasis, de voorloper van de Africa Mercy. Inmiddels werkt hij al ruim vijf jaar op het Nederlandse kantoor van Mercy Ships op de afdeling Communicatie & Fondsenwerving. Denkt hij nog weleens terug aan die tijd aan boord? En hoe heeft het leven op de Anastasis zijn jeugd beïnvloed? Zou hij nog eens aan boord willen wonen? We vroegen het hem.

Hoe zijn jullie op de Anastasis terechtgekomen?
“Op de leeftijd van anderhalf verhuisde ik met mijn ouders en zus vanuit de Filippijnen naar Liberia, West-Afrika. Mijn vader kreeg daar een baan als machinist. In 1990, ik was toen vier jaar oud, brak een burgeroorlog uit en waren er overal vuurgevechten tussen regeringssoldaten en rebellen. Na veel gebed kregen mijn ouders een bevestiging van God dat het tijd was om te gaan. We liepen als gezin (met inmiddels nog een jonger broertje) zestien kilometer door de bloederige straten van de hoofdstad Monrovia naar de Amerikaanse ambassade. Daar werden we met een helikopter geëvacueerd naar buurland Sierra Leone. De burgeroorlog kostte ons alles. Met maar 300 dollar op zak startten we ons nieuwe leven in Sierra Leone.”
 
“Drie jaar later waaide de burgeroorlog over van Liberia naar Sierra Leone en opnieuw sprak God tot mijn ouders. Hij leidde ons naar een groot wit ziekenhuisschip en mijn ouders kwamen in contact met enkele bemanningsleden van de Anastasis. Ze kwamen erachter dat het schip dringend een machinist nodig had en mijn ouders begonnen voor de situatie te bidden. Toen sprak God opnieuw en zei dat we aan boord moesten gaan. Eenmaal de bevestiging te hebben van boven hadden mijn ouders alles verkocht wat we hadden om onze verblijfkosten aan boord te betalen: huis, auto enzovoorts. We gaven letterlijk alles op om Hem te volgen en zo begon ons avontuur met Mercy Ships. Dat was in 1993, ik was toen zeven jaar oud.”

Wat herinner je je van de eerste weken?
“Ik moest er enorm aan wennen om op een schip te wonen. Het leven aan wal is heel anders dan aan boord. Aan land had je als kind natuurlijk alle ruimte; je kon met je ouders de stad in, naar de speeltuin gaan, en omdat we in Sierra Leone vlakbij een strand woonden, konden we daar altijd spelen. Aan boord was de ruimte beperkt en mocht je niet zomaar overal in als kind, dus verbleven we vooral in de gezamenlijke ruimtes en op het achterdek. Als ik er nu aan terugdenk, was er op zich wel genoeg ruimte voor kinderen aan boord. Vooral aan het spelen op het achterdek, wat we het Aftdeck noemden, heb ik veel leuke herinneringen. Bijvoorbeeld leuke groepsspellen met kinderen van verschillende nationaliteiten. Daarnaast gingen we gewoon naar school, net zoals de andere kinderen aan boord.”

Hoe was de school aan boord?
“De school aan boord werkte volgens het Amerikaanse systeem. Hier in Nederland heb je groepen, aan boord had je grades. Een grade is in Nederland twee groepen hoger, grade 3 is bijvoorbeeld groep 5. De klassen zijn veel kleiner dan hier in Nederland. Als je aan boord een klas had van zes kinderen, was dat veel. Ik zat zelf in een klas met drie anderen, twee Amerikanen en een Canadees. In totaal twee jongens en twee meisjes. Het voordeel van een kleine klas is dat elk kind meer aandacht van de leraar krijgt. De eerste weken aan boord waren best pittig voor mij, omdat ik daarvoor op West-Afrikaanse scholen in Liberia en Sierra Leone had gezeten. Mijn Engels had een zwaar Creools accent en niemand kon dat aan boord verstaan. Ik zei bijvoorbeeld ‘we go yanda’ in plaats van ‘we can go over there’. Maar na een tijdje sprak ik vloeiend Amerikaans-Engels, met alle bijbehorende stopwoorden zoals ‘and I was like’ en ‘awesome’.”

Waar aten en sliepen jullie?
“Aan boord waren er twee eetzalen, een voor gezinnen en een voor de rest van de bemanning. Het eten vond ik geweldig. Genoeg variatie, maar soms waren er periodes waarin je een hele week hetzelfde at, omdat ze veel van een bepaald ingrediënt gedoneerd hadden gekregen. Mij maakte het persoonlijk niet zoveel uit, ik vond alles wel lekker. We hebben in de drie jaar aan boord in drie verschillende hutten geleefd. Mijn zus, broertje en ik sliepen op een kamer in stapelbedden. We vonden het niet erg om een kamer te delen, omdat we gewend waren om altijd bij elkaar te zijn.”  

Door wie werden jullie gesponsord?
“De eerste zes maanden konden we onze verblijfkosten zelf betalen met het geld van alle verkochte spullen. Op een gegeven moment werd er in een internationale nieuwsbrief een uitgebreid interview van ons gepubliceerd, dat veel mensen raakte. We ontvingen steun uit allerlei landen, ook vanuit Nederland. We hoefden nooit om geld te vragen. Het enige wat we deden was ons verhaal vertellen, over Gods goedheid en trouw. Het geld kwam eigenlijk vanzelf. Soms zelfs via anonieme gevers. We hadden vaak de situatie dat we onze verblijfkosten niet meer konden betalen en een dag later bleek dat iemand alles betaald had. Echt uit genade leven dus.”

Welke landen heb je met de Anastasis allemaal bezocht?
“In die tijd voer de Anastasis veel vaker in een jaar dan de Africa Mercy. In drie jaar tijd hadden we meer dan dertig landen bezocht. Bijna alle landen in West-Afrika, landen aan de kust van West- en Noord-Europa en in de VS aan de oostkust, van New York tot Florida. In het begin was je nog onder de indruk van een nieuwe haven, maar op een gegeven moment lijken alle havens op elkaar. Het enige wat je als kind dan nog belangrijk vindt is of je leuke gymlessen aan wal kunt krijgen. De ‘leuke’ havens waren de havens waar je met je klas aan de kade genoeg ruimte had om bijvoorbeeld te voetballen of een sprintwedstrijd te doen.
Mijn vader werd vaak door lokale kerken uitgenodigd om te spreken. We hadden immers een band met Afrika, omdat we daar zelf gewoond hadden, dus ze konden zich goed identificeren in ons verhaal. Wij, de kinderen, gingen vaak op christelijke liedjes dansen en aanbiddingsliedjes zingen. Dat werd altijd heel goed ontvangen.”

Had je ook weleens contact met de patiënten, hoe was dat?
“Destijds kwamen de kinderen niet echt in de buurt van patiënten, wegens gezondheids- en veiligheidsredenen. We zagen ze weleens bij de receptie, maar we hadden niet echt contact. Soms vroegen ze op school aan ons om voor bepaalde patiënten te bidden. Op die manier kregen af en toe iets mee van het medisch werk.”

Welke leuke en minder leuke herinneringen zijn je bijgebleven?
“Ik heb zoveel leuke herinneren aan boord. Een van de mooiste was dat ik mijn verjaardag op het Aftdeck vierde tijdens een vaart. Kun je het je voorstellen om op dek met tafels, taart en vrienden te zijn met alleen maar zee om je heen? Een ander onvergetelijk moment was toen we met, in mijn beleving, de hele bemanning in de hoofdzaal de première van de Lion King gingen bekijken. Ik was zo onder de indruk van die film, de tekenstijl, de karakters, het verhaal maar het allermooiste was dat we het met z’n allen hadden gezien. Voor mij was dat een mooi moment van saamhorigheid.”

“Een minder leuk moment was het varen in de Baai van Biskaje, een van de ruigste plekken op zee. Ik sliep toen nog boven op een stapelbed en op een gegeven moment werd het zo ruig dat ik van mijn bed af rolde en op mijn rug in een berg lego belandde. Het werd ook nog eens zo ruig dat de meeste mensen aan boord zeeziek werden. Iedereen ging toen naar de Mediterranean lounge omdat dat de plek was waar je het schommelen het minst kon merken. Ook samen zeeziek zijn bevorderde de saamhorigheid. Ik kan me een moment herinneren dat ik afscheid moest nemen van mijn beste vriend. Ik dacht altijd dat mensen alleen op reis gingen en dat ze daarna weer terug zou komen. Toen mijn ouders me later uitlegden dat hij permanent naar zijn thuisland ging, toen besefte ik dat ik hem nooit meer zou zien.”

Waarom zijn jullie zelf na drie jaar van boord gegaan?
“Mijn ouders kregen een roeping van God om in Rotterdam aan stadsevangelisatie te doen. Op dat moment was ‘urban evangelism’ niet echt bekend, maar ze namen een stap in geloof en besloten om in Nederland te settelen, ook vanwege het feit dat de kinderen aan wal een goede opleiding konden krijgen. In 1996 stapten we aan land en gingen we in Rotterdam wonen.”

Dat moet ineens een hele verandering zijn geweest voor je.
“Heel anders. Opeens aan land met zoveel ruimte en vrijheid voelde vreemd aan. Gelukkig kon ik snel wennen en binnen vier maanden kon ik vloeiend Nederlands spreken. En ik zat opeens in een klas met dertig kinderen in plaats van vier. Een voordeel van een grote klas was dat ik nu meer vrienden had, maar een nadeel was dat je minder aandacht kreeg van de leraar dan ik gewend was. Aangezien ik in een multiculturele omgeving ben opgegroeid, was ik gewend aan verschillende houdingen, stijlen en soorten mensen. Daardoor kon ik makkelijk nieuwe vrienden maken, maar ik zag wel dat er soms kinderen gepest werden die minder sociaal waren of er apart uitzagen. Ik kon me herinneren dat ik enorm onder de indruk was van de trends op dat moment: boybands, girlbands, Power Rangers, Ninja Turtles en flippo’s. Dat vond ik toen allemaal wel positief, hoewel mijn ouders minder gecharmeerd waren van Power Rangers en Ninja Turtles.”

Heb je het idee dat je iets gemist hebt door het leven aan boord?
“Misschien bepaalde trends, films of muziek, maar dat vind ik niet erg. In plaats daarvan heb ik meer van de wereld gezien, verschillende culturen meegemaakt en vloeiend Engels leren spreken. Ik voel me bevoorrecht dat ik aan boord ben opgegroeid, zeker omdat het was in die periode waarin het schip veel meer voer. Je ziet dan als kind zowel westerse landen als minder ontwikkelde landen. Ik kwam zoveel mensen tegen uit verschillende culturen met als gevolg dat ik heel comfortabel ben geworden in een andere cultuur of omgeving.”

Denk je zo nu en dan nog terug aan je tijd op de Anastasis?
“Ja, ik denk er nog vaak aan. Ik kijk heel positief op terug. Zo positief dat ik stiekem zelf met mijn eigen vrouw en zoontje nu naar de Africa Mercy zou willen gaan. Het is zo’n unieke ervaring, een soort ‘once in a lifetime experience’ dat iedereen het een keer moet ervaren. Het leven aan boord is niet alleen bedoeld voor volwassenen, maar is ook een prima plek voor kinderen om op te groeien. Het mooie aan Mercy Ships is dat je de bikkelharde realiteit van armoede te zien krijgt, maar tegelijk ook hoe Gods liefde daar doorheen kan schijnen door de praktische hulp die Mercy Ships biedt. Ik heb het als kind meegemaakt en nu wil ik het ook als volwassene meemaken.”

De Anastasis moest in 2007 naar de scheepssloop, hoe was dat voor jou?
“Toen ik dat hoorde was ik wel verdrietig. Het schip was meer dan een huis. Het was de plek waar ik zoveel mooie momenten hebt beleefd: vriendschappen, feestjes, school, God aanbidden met de hele bemanning, een nieuw land in varen, stormen op zee, fire drills (brandoefeningen) en blije patiënten te zien vertrekken. Het klinkt raar, maar voor mij leek het schip bijna een persoon. Alsof het leefde. We spraken dan ook altijd over een ‘zij’ als we over de Anastasis praten, niet een ‘het’. Zij was een prachtige dame, 29 jaar gediend als hulpmiddel voor de armen en ze zal altijd een plek hebben in mijn hart.”

Ben je weleens op de Africa Mercy geweest? Wat vond je de grootste verschillen met de Anastasis?
“Ik heb één keer een rondleiding gehad op de Africa Mercy, toen het schip in 2007 in Rotterdam op bezoek kwam. Ik mocht ook enkele uren de verjaardag van een vriend bijwonen in zijn gezinshut. De cabins waren duidelijk groter en luxer. Het viel me op dat er minder gezamenlijke ruimtes waren vergeleken met de Anastasis. Daarop had je meer plekken om met mensen samen te komen. Dat komt denk ik door de bouw van het schip. De Anastasis was een cruiseschip, dus het was gebouwd voor ruimte en gezelligheid. De Africa Mercy is een treinferry. Wel heeft de Africa Mercy een groter ziekenhuis en daardoor kunnen we meer doen voor de patiënten.”

Je werkt nu alweer ruim vijf jaar op het kantoor van Mercy Ships Holland. Hoe ben je hier terechtgekomen?
“Voordat ik op kantoor kwam werken, werkte mijn moeder er al dertien jaar als recruiter voor medisch en technisch personeel. Mijn basisschool zat op loopafstand van kantoor, dus tijdens de lunch ging ik er vaak langs. Zo leerde ik al op jonge leeftijd Arjen van der Wolf (voormalig directeur) en de andere medewerkers op kantoor kennen. Jaren later, in 2010, werd ik door Arjen op kantoor uitgenodigd voor een oriënterend gesprek, omdat er behoefte was aan communicatiemedewerkers. Ik was net afgestudeerd in Communicatie & Marketing. Door mijn band met Mercy Ships leek het een logische stap om er te gaan werken. Ik bracht het in gebed, kreeg in mijn hart bevestiging van God en kort daarna zat ik op kantoor.”

Kun je omschrijven hoe je de band tussen jou en Mercy Ships ervaart?
“Ik heb het gevoel dat ik Mercy Ships al ken zolang als ik leef. Mercy Ships zit in mijn bloed. Eerst zaten we in een oorlog, toen aan boord, op zee, kwamen we in nieuwe bestemmingen, we hebben overal avonturen meegemaakt en Gods liefde in actie gezien. De ware identiteit van Mercy Ships is, om als één multiculturele familie, Gods onvoorwaardelijke liefde te tonen aan mensen in nood. Die identiteit is mijn identiteit geworden. Waar ik ook naartoe ga, of wat ik ook verder in mijn leven zal doen, ik blijf een Mercy Shipper in hart en ziel en een vertegenwoordiger van Hem die de kern is van de missie van Mercy Ships.”  

Vragen voor Feyan? Stel ze hieronder!
Back to overview?>