'De stralende lach van de patiënten is al reden genoeg om weer terug te gaan'

Verpleegkundige Gea van der Beek (55) is voor Mercy Ships geen onbekende. Maar liefst twaalf keer ging ze al mee als vrijwilliger. Onlangs werkte ze in Benin aan boord en de reis naar Kameroen staat alweer gepland. Maak kennis met deze enthousiaste dame.

Hoe ben je bij Mercy Ships terechtgekomen?
“Twee keer eerder had ik een half jaar vrijwilligerswerk gedaan in het buitenland, onder meer in Zuid-Afrika, en moest daarvoor toentertijd ontslag nemen in Nederland. Graag wilde ik vrijwilligerswerk blijven doen, maar dan voor een kortere periode. Ik las over Mercy Ships in een tijdschrift. Internet was er toen bijna nog niet. Ik besloot meer informatie in te winnen en geloof dat dit speciaal op mijn pad is gekomen. In 2002 ging ik voor het eerst aan boord, op de Anastasis, negen weken in Gambia. Daarna ben ik bijna elk jaar voor een periode van zes tot acht weken met Mercy Ships mee geweest, inmiddels twaalf keer, ook in Liberia, Sierra Leone, Benin, Togo, Guinee, Congo en Madagaskar.”

Wat voor werk doe je in Nederland en wat voor werk aan boord?
“In het dagelijks leven werk ik in het Radboud Universitair Medisch Centrum in Nijmegen, als verpleegkundige op de NICU, de intensive care voor couveusekindjes. Ten tijde van de Anastasis was er maar een afdeling en zorgde ik voor patiënten in alle categorieën, ook al zijn kinderen mijn specialisatie. Aan boord van de Africa Mercy werk ik als verpleegkundige op een van de vier afdelingen.”

Wat doet je telkens terugkeren naar het schip?
“De stralende lach die op gezichten verschijnt bij het zien van het resultaat na de operatie is al reden genoeg om weer terug te komen. Het is zo'n dankbaar werk. Te weten dat je een wereld van verschil kunt maken voor de patiënten die geholpen worden, die anders niet de mogelijkheid hadden om een operatie te ondergaan. Mooi om zo dienstbaar voor Christus en je naaste te kunnen zijn. Het werk geeft heel veel voldoening, en zeker op een andere manier dan in Nederland, waar je op alles recht hebt en daardoor op je strepen gaat staan. Aan boord hebben de patiënten veel meer geduld dan in Nederland.”

Wat zijn de leuke en lastige dingen in jouw werk?
“De leuke dingen zijn het contact met de patiënten die je je liefde kan geven op vele manieren. Door er al simpel te zijn voor hen, hen écht te zien, te horen en te verzorgen. Ze komen bedrukt, schuw binnen en gaan met een stralende lach weer weg. Ik vind het een uitdaging om met elke patiënt en/of familie te communiceren op welke manier dan ook. Ook de samenwerking met de vertalers, collega's en ieder ander aan boord is bijzonder. Die verloopt in harmonie, wat op zich al bijzonder is, omdat er zoveel verschillende nationaliteiten aan boord zijn. Lastige dingen zijn en blijven dat je niet iedere patiënt kan helpen en genezen. En op de afdeling is het erg krap, je werkt met veel mensen op een hele kleine ruimte, patiënten, familie, vertalers en dan de verpleegkundigen en artsen.”

Welke patiënt(en) herinner je je nog goed?
“Er zijn zoveel patiënten die ik niet meer vergeet, want ze zijn allemaal bijzonder. Ik moet denken aan een vrouw, achterin de dertig, die ik ontmoette op de Anastasis in Liberia. Zij was met een missionaris uit de binnenlanden van Guinee meegekomen. Ze was nog nooit uit haar dorp geweest en de laatste tien jaar niet uit haar hutje. Ze had een tumor ter grootte van een sinaasappel in haar mond, die onder haar tong zat. Haar broer had haar verteld dat, als ze zich liet opereren door blanken, zij haar hersenen eruit zouden halen. Ondanks dit dreigement was ze uiteindelijk met de missionaris meegegaan.”

‘Er zijn zoveel patiënten die ik niet meer vergeet, want ze zijn allemaal bijzonder.’

“Deze reis was voor de vrouw een aaneenschakeling van nieuwe en vreemde dingen. Ze had nog nooit in een auto gezeten en was niet buiten haar dorp geweest, nog nooit in een stad geweest, nog nooit de zee gezien, laat staan zo'n groot schip. Het heeft een paar uur praten gekost voor ze de loopplank op wilde lopen, daarna een uur om haar de trap te laten nemen. Ze had nog nooit een lamp gezien, nog nooit op een bed geslapen enzovoorts. Er moest eerst een CT-scan van haar tumor gemaakt worden, wat veel overredingskracht kostte. De missionaris was de enige die haar taal sprak.”

“Uiteindelijk is de patiënte geopereerd en de dagen erna verzorgde ik haar. Ze lag maar met haar hoofd onder het laken en wilde niet drinken of eten. Uiteindelijk kwamen we erachter wat het probleem was: ze was terug op de afdeling en er was wat bloed uit haar mond gelopen en nu dacht ze dat ze dood zou gaan, want dat had haar broer haar immers verteld. Met veel geduld hebben we haar uitleg gegeven over de operatie, maar wat de doorslag gaf, was haar in een spiegel te laten kijken. Ze heeft haar ogen uitgekeken. Ze had zichzelf nog nooit in een spiegel gezien! Nu, voor het eerst, zonder tumor in haar mond en mét hersenen. De glimlach brak door! Wat een verandering in die vrouw. Ik heb haar de dagen erna niet meer zonder lach op haar gezicht gezien. En elke keer moest ze even in de spiegel kijken of het wel echt was, of zij het wel was.”

Hoe kijk je terug op je tijd in Benin, begin dit jaar?
“Ik heb weer een fantastische tijd gehad. Het voldeed aan de verwachtingen, ik ga niet voor niets elk jaar terug. Elke keer is anders, maar de ontmoetingen met iedereen zijn en blijven bijzonder.
Van de omgeving heb ik wel wat gezien, maar ik ben niet ver het land in geweest. Daarvoor ben ik er te kort en daar ligt niet mijn prioriteit. Maar ik probeer wel de cultuur in de omgeving te bekijken. Mijn mooiste herinneringen zijn de bijzondere patiënten op de afdeling, die ik ook weer tegenkwam in het HOPE-center met de Mercy Ministries.”

Ben je door het werken bij Mercy Ships veranderd?
“Ja, ik ben opener geworden, vind het nu makkelijker om mijn geloof uit te dragen. Op het schip is dit zo normaal, maar hier in Nederland niet.”

Je volgende reis staat alweer gepland, zie je ernaar uit?
“Klopt, in januari 2018. Het is de eerste keer dat de Africa Mercy naar Kameroen gaat en ik ben er zelf ook nog nooit geweest. Een nieuwe uitdaging! Gelukkig blijft het schip hetzelfde.”

Werken als vrijwilliger op de Africa Mercy, aan te bevelen?
“Zeer zeker, het is een enorm goede en leuke ervaring om in het buitenland te werken, in een beschermde omgeving met internationale contacten. Daarbij is het voor iedereen goed om te zien en ervaren dat er landen zijn waar de ontwikkeling zover achter is in vergelijking met Nederland. Dat wij het zó goed hebben en daarvan kunnen delen.”

[Interview: juni 2017]
Terug naar overzicht