Drie maanden Africa Mercy: ‘Verantwoord overwinteren’

Tanja Moret uit Dordrecht, in het dagelijks leven verpleegkundige in het Albert Schweitzer Ziekenhuis, werkte van 6 november 2015 tot 23 januari 2016 op de Africa Mercy in Madagaskar. Tanja: “Ik noem het verantwoord overwinteren. Het was een enerverende periode, intensief, indrukwekkend. Ik heb heel veel gezien en geleerd. Het is enorm dankbaar werk. Het geeft zoveel voldoening!”

Hoe ben je bij Mercy Ships terechtgekomen?
Ik kende de organisatie door verhalen van collega’s en een vriendin die gewerkt hadden voor Mercy Ships. Al jaren ben ik donateur, en ontving geregeld een envelop met een patiëntenverhaal. Ik ben een paar jaar geleden begonnen met het opsparen van vakantiedagen met het idee om eens voor een langere tijd ‘iets anders’ te gaan doen. Ik ben erg dankbaar dat ik in Nederland ben opgegroeid en zoveel kansen en mogelijkheden gekregen heb. Mijn wieg had ook in Madagaskar kunnen staan. De Bijbel is voor mij de richtlijn van mijn leven. Van daaruit ook het besef dat alles wat ik hier op aarde krijg, een gave is van God. En dat het een hele verantwoordelijkheid is om daar goed mee om te gaan.

Het leven van Jezus Christus op aarde is een voorbeeld voor christenen. Hij was bewogen met mensen, juist met zieken en zwakken. Als christen probeer ik, met vallen en opstaan, iets van Hem te laten zien in mijn levenswandel. Dat motiveerde mij om de kennis en vaardigheden die ik in de loop van de jaren heb kunnen verzamelen, in te zetten voor mijn medemensen die veel minder kansen en mogelijkheden hebben. Mercy Ships paste erg goed bij mijn mogelijkheden. Als verpleegkundige kon ik er zonder verdere opleiding aan de slag, en ook nog eens voor een korte periode.

Wat was je functie aan boord?
Ik werkte als verpleegkundige op de D-Ward. Op die afdeling lagen patiënten na operaties vanwege bijvoorbeeld gezichtstumoren of een gespleten lip en/of gehemelte. Als verpleegkundige was ik op de D-Ward vooral bezig met medicijnen delen, sondevoeding aanhangen, patiënten opvangen na een operatie of voorbereiden vóór de operatie, wondverzorging. Onmisbaar in het werk zijn de vertalers die ons Engels vertalen naar het Malagassisch van de patiënten. Ook zorgen zij ervoor dat de patiënten eten krijgen, verschonen ze de bedden en helpen ze bij de verzorging.

Je had te maken met verschillende culturen en nationaliteiten, hoe beviel dat?
Voor mij was Engels het grootste struikelblok. Dat maakte de communicatie soms ook best lastig. Die bleef veelal wat oppervlakkig. Maar ik vond het wel een verrijking om te ervaren dat je, ondanks alle verschillen, toch verbondenheid ervaart in het geloof in Christus. Met de andere vrijwilligers, maar ook met de Malagassische dagwerkers en met patiënten. Voor mij was het heerlijk om geregeld even Nederlands te kunnen kletsen. Gelukkig waren er nogal wat Nederlanders aan boord.

Waarin was je werk anders dan in Nederland?
In Nederland ligt de werkdruk veel hoger, en draag ik meer verantwoordelijkheid. Op het schip wordt heel strikt gewerkt volgens protocollen. Er wordt geprobeerd om zoveel mogelijk te doen met zo min mogelijk materiaal. En ik vond het mooi om te zien hoe met beperkte middelen toch zulke levensveranderende operaties kunnen worden gedaan. Bijzonder vond ik ook de samenwerking. Heel gemotiveerde mensen, geen ‘haantjes’-gedrag.

Wat deed je zoal naast je werk?
Ik vond het leuk en zinvol om mee te gaan met ‘Mercy Ministries’ activiteiten: het bezoeken en steunen van hulpprojecten/initiatieven in de buurt. We gingen onder andere naar een dovenschool, een weeshuis en een bejaardenhuis van een Franse Missie. Mooi om zo contact te hebben, een Bijbelverhaal te vertellen en te zingen, te spelen en te knutselen. Ook ging ik als ik vrij was op zondag graag naar een lokale kerkdienst. Bijzonder om zo ‘eenheid’ te ervaren met medechristenen. En natuurlijk heb ik ook wel een en ander van Madagaskar gezien! Een mooie trip over het Canal des Palanges, genoten van het prachtige strand in Mahambo en een mooie vaartocht naar Prune Island.

Hoe speelt het christelijk geloof een rol op de Africa Mercy?
Voor mij was het bijzonder om te leven in een omgeving waar het christelijk geloof zó vanzelfsprekend is. In Nederland wordt je als christen getolereerd, maar je moet je overtuiging niet te nadrukkelijk uitdragen. Op het schip was het een vanzelfsprekendheid dat er gebeden werd aan het begin van elke werkdag. In het ziekenhuis baden we ook bij elke overdracht van dienst. Heel sterk leeft op het schip het besef dat God alles bestuurt. En dat wij mensen de instrumenten zijn in Zijn hand. Elke dag komt het ‘chaplaincy team’ langs. In het Malagassisch een korte uitleg/bemoediging voor de patiënten uit de Bijbel en mooie zang, ondersteund met instrumenten.
De Chaplaincy-medewerkers bezoeken de patiënten en regelmatig zat er iemand van hen zachtjes gitaar te spelen en te zingen bij het bed van een onrustig kindje dat net geopereerd was. Ook door de dagwerkers werden veel christelijke liederen gezongen. Nooit heb ik gemerkt dat een patiënt dat vervelend vond. Het werd geaccepteerd en gezien als ‘normaal’.

Hoe verliep het contact met de patiënten?
Het heeft me verbaasd hoeveel contact je kunt hebben zonder woorden! Een van de dagwerkers zei tegen me: ‘Jullie (patiënt en ik) gebruiken geen woorden en toch zie ik dat jullie een gesprek hebben.’ Mijn Malagassisch beperkte zich in de eerste weken tot ‘Tsjara Be’. Vragend uitgesproken: Gaat het goed? Of bevestigend uitgesproken na het doen van controles: Alles is in orde. Ik riep dus de hele dag ‘Tsjara Be’. Grappig was het toen ik over het dok liep, en ‘Tsjara Be’ geroepen werd. Kwam van twee lachende en zwaaiende dames die ik verpleegd had, en nu zaten te wachten voor controle in het HOPE Center. Probeerden een goed gesprek in het Malagassisch met me aan te knopen blijkbaar…

Wat was de grootste uitdaging voor jou?
Voor mij, als verstokte vrijgezel, was dat vooral het leven in de community. Een zespersoonsabin, waarin ik zo’n twee vierkante meter tot mijn beschikking had (in plaats van een driekamerflat). En zelfs als je ergens op een rustige plek ging zitten kon er altijd iemand langslopen of je even aanspreken. Het viel me niet tegen, maar intensief was het wel…

Wat zijn je mooiste herinneringen?
Elke dag was bijzonder! De meeste mooie en indrukwekkende herinneringen heb ik toch aan de patiënten en het contact met hen. Zo geweldig om iemand na zijn operatie in de spiegel te zien kijken. Daar zijn er veel van. Als voorbeeld de vrouw die een lelijk haemangioom had in haar mond en op haar lip. Zag er echt naar uit. Moeilijke operatie waarbij ze veel bloed verloor en een week niet kon praten vanwege de tracheostoma. Maar ze was zó blij! Keek bijna elk uur wel even in de spiegel. Ik liet haar de foto zien die was gemaakt vóór de operatie, en ze kon het gewoon niet bevatten dat het nu echt voorbij was!

Heb je Nederland erg gemist?
Ik vond het heel fijn dat er meerdere Nederlanders aan boord zijn. Het onderlinge contact was goed en het is heerlijk om ervaringen te delen met mensen die je goed kunnen verstaan en je opvattingen (cultuur) begrijpen. Ik miste Nederland daardoor niet erg. Het was ook erg makkelijk om contact te onderhouden met het thuisfront door de goede internetverbinding in Madagaskar. Eigenlijk heb ik nu meer heimwee naar Madagaskar...

Zou je anderen aanraden om vrijwilliger te worden bij Mercy Ships?
Ja, er is al een collega geïnteresseerd. Natuurlijk vertel ik wel dat er een en ander bij komt kijken. Die formulierenberg bijvoorbeeld. Ik denk dat je goed moet bedenken waarom je het wilt. ‘Doe het voor die mensen’, zeg ik erbij. Als je je voldoening haalt uit het contact met de patiënten en als je ziet dat de wereld voor hen daadwerkelijk verandert, mede door jouw inzet, dan is het prachtig werk. Doe het vanuit het besef dat het een voorrecht is dat je je kennis en mogelijkheden een tijdje kunt inzetten voor anderen die er net zoveel recht op hebben, maar geen mogelijkheden hebben om zorg te krijgen. Als je zo gemotiveerd bent, kun je al die rompslomp en die beperkte leefruimte best aan.

Zou je nog een keer willen gaan?
Heel graag! Voor zes of acht weken, dan is het nog redelijk te organiseren met mijn baas in Nederland. Als er plaats is in januari of februari volgend jaar, dan kom ik graag!

[Interview: februari 2016]
Back to overview?>