‘Op het schip voelde ik me direct thuis’

Sietske Rinkema (33) uit Friesland werkte twee maanden als verpleegkundige op de Africa Mercy en bereidt zich voor op een langere periode. Ze geeft je een kijkje in het leven aan boord.

“Zo’n 18 jaar geleden bezocht ik een ziekenhuisschip van Mercy Ships dat toen in Nederland lag. Toen ontkiemde in mij het verlangen om zelf op zo’n schip te werken. Door regelmatige tegenslagen moest ik het steeds uitstellen, maar ik heb altijd ervaren dat het in Gods agenda stond dat ik daar heen zou gaan. Eind oktober tot eind december 2015 heb ik aan boord gewerkt, een droom die uitkwam!”

Thuis
“Het schip voelde direct als thuis, al heb ik daar in de eerste weken nauwelijks bij stilgestaan, mede door het intensieve ritme en alle nieuwe indrukken. Ik dacht dat zo’n intensief leven niet aan mij besteed was, maar het is het beste wat me is overkomen. Om met ruim 400 mensen aan boord te leven heb ik veelal als heel gezellig en als een warm bad ervaren.”

“Ik zorgde voor de patiënten die een operatie kregen of al hadden gehad, met name voor vrouwen die werden geopereerd aan vaginale fistels. Zij waren incontinent geworden door een te lange, zeer moeizame bevalling. Verder was mijn taak om lokale verpleegkundigen te ondersteunen in hun werk op de afdeling. Zij waren bij ons als het ware stagiaire en we leerden ze hoe ze deze specifieke vrouwen kunnen verplegen, zodat het werk na het verlaten van het schip voortgezet kan worden in Madagaskar.”

Van hart tot hart
“Aan het werk moest ik enigszins wennen door de taalbarrière van het (medisch) Engels. En mijn patiënten spraken Malagassisch. Alles gaat dus via een tolk die ook slechts basis-Engels spreekt. Het kost een paar weken tijd om alle vertalers te leren kennen, de collega’s, de werkwijze en de patiëntencategorie. In het begin werkte ik met name technisch, taakgericht. Na een paar weken was ik dit werk gewend en kon ik van mens tot mens, van hart tot hart er voor de patiënt zijn en ook voor de vertalers. Ik kreeg van hen ook veel liefde terug.”

“Het geloof was tastbaar aanwezig, zonder dat er al te veel nadruk op werd gelegd. Precies hoe ik dat het liefst beleef. Bij elke dienstwissel werd er gebeden met het personeel, soms werd een Bijbelgedeelte of een overdenking voorgelezen. Ook baden we kort voor alle zieke patiënten. Dit nam hooguit vijf tot tien minuten per keer in beslag, maar is o zo belangrijk om je focus goed te houden. Op God, op je medemens, de patiënt, maar ook voor jezelf… om te beseffen dat het niet om jou draait, maar om de ander.”

Bezigheden
“Geen dag is hetzelfde, door de wisselende diensten: dat is het lot van een verpleegkundige. Ik werkte soms overdag, dan weer ’s avonds, dan weer ’s nachts. Mijn vrije tijd bestond uit gesprekken met mensen over de hele wereld. Ik hou van tijd investeren in mensen, om een luisterend oor te zijn, maar ook om belevenissen te ventileren. Verder sportte ik regelmatig op het schip, deed ik blogwerk, ruimde ik de cabin op of nam ik tijd voor mezelf door me af te zonderen van iedereen. Dat laatste is soms lastig, omdat je altijd het geluid van airco en motoren hoort. Ook buiten is het luidruchtig omdat we in een haven liggen. Dan moet je soms even creatief zijn om toch dat moment te vinden of creëren.”

“Naast mijn werk besteedde ik tijd aan pianospelen en heb tijdens de gezamenlijke bijeenkomsten muzikaal een paar keer kunnen begeleiden. Er zijn ook lokale projecten waar je je op kunt inschrijven, om daarin te ondersteunen. Dit heb ik enkele keren kunnen doen, zoals een middag op een dovenschool aanwezig zijn en spelletjes doen met de kinderen. En in de tandartsenpraktijk een ochtend meegeholpen. Ook een keer een lokale kerk bezocht. Mijn tijd op het schip was vooral oriënterend, daardoor heb ik zoveel mogelijk gezien zodat ik de volgende keer alvast een idee heb waarin ik kan bijdragen buiten de werktijden om.”

Voor langere tijd aan boord
“Ik denk dat de volgende periode intensiever zal zijn. Bijvoorbeeld door het gemis van de mensen die ik afgelopen keer heb leren kennen en er dan niet zullen zijn. Benin is een warmer land en er worden andere talen gesproken. Langer weg van familie en andere dierbaren is ook een prijs die ik moet betalen. Als je langer intensief samenleeft met elkaar, kom je weer nieuwe uitdagingen tegen. Daar moet je je goed bewust van zijn en op inspringen door de juiste keuzes te maken. Ik zou graag nog meer willen investeren in pastoraat en muziek op het schip. In een langere periode aan boord is dit makkelijker mogelijk.”

“Of ik Nederland gemist heb? In deze acht weken niet, maar wanneer ik voor langere tijd ga, ga ik absoluut de winter missen. Ik hou van de kou en van schaatsen en sneeuw. Inderdaad, ik ben en blijf een Fries!”

Meer lezen over Sietskes belevenissen aan boord? Kijk op www.takingthechallenge.nl.

[Interview: februari 2016]
Back to overview?>