Op bezoek bij ‘de meest vergeten mensen in Afrika’

Yfke Dumbuya-Terpstra (39) woont en werkt op de Africa Mercy en stuurt het team Palliatieve Zorg aan. Samen met een (tevens Nederlandse) verpleegkundige en een vertaalster bezoekt ze tijdens de werkperiode in Benin 25-30 terminaal zieke patiënten. Waarom doet ze dit werk? En hoe is het om zo vaak met de dood geconfronteerd te worden? Yfke vertelt haar verhaal.

Hoe ben je bij Mercy Ships terechtgekomen?
“Al vanaf dat ik een klein meisje was, was mijn droom om verpleegkundige te worden. Toen ik een jaar of twaalf was bezocht ik de Anastasis, de voorloper van de Africa Mercy, in Nederland. Op dat moment ontstond het verlangen om op een dag voor Mercy Ships te werken. Na veel werkervaring te hebben opgedaan en verschillende zendingsreizen ben ik in 2012 aan boord gegaan. In Nederland werkte ik als wijkverpleegkundige en deed ik ook veel palliatieve zorg. Inmiddels is dit mijn vierde werkperiode als lid van het team Palliatieve zorg bij Mercy Ships. Ik krijg veel mee van de gezinnen en de cultuur waarin ze leven, dat vind ik mooi.”

Mercy Ships brengt ‘hoop en genezing’. Hoe kun je dit bieden aan terminaal zieke patiënten?
“Dit brengen we misschien maar voor een klein deel op lichamelijk vlak, maar zeker wel op sociaal-psychisch en geestelijk vlak. Negentig procent van onze patiënten staat er alleen voor in het lijden en sterven. Er is niemand meer die naar hen omziet. Vaak denken mensen dat hun ziekte besmettelijk is of dat de patiënt is vervloekt. Wij komen de patiënten vertellen dat ze het waard zijn om van gehouden te worden en om tijd mee door te brengen. Dit verandert gezinnen. We horen de patiënten zo vaak zeggen: ‘Er is niemand meer die naar ons omkijkt, maar jullie nemen de moeite om bij ons te zitten en naar ons te luisteren. En jullie geven gratis medicatie en wondzorg!’ Hoop en genezing voor het hart dus.”

Wie zijn de mensen die jullie helpen?
“Ons team helpt vooral patiënten met kanker. Als ze eerder naar de dokter waren geweest en geld hadden gehad voor chemotherapie en radiotherapie, had dat hun leven kunnen redden. Terminale patiënten zijn de meest vergeten mensen in Afrika. Als je niet meer mee kunt doen in de maatschappij, hoor je er niet meer bij. Wij zijn er om hoop te geven aan deze mensen. Zo helpen we momenteel bijvoorbeeld twee kinderen, een van 8 en een van 14 (deze is inmiddels overleden). We helpen zowel mannen als vrouwen. De gemiddelde leeftijd is tussen de 30 en 45 jaar. De meeste patiënten wonen in de havenstad Cotonou zelf, maar een paar wonen een beetje verderop, op het platteland, een uur rijden van het schip vandaan.”

Wat doen jullie tijdens zo’n bezoek?
“Als team zijn we zeer beperkt als het gaat om medische zorg. We kunnen geen infuuspompen met morfine aanbieden. In heel uitzonderlijke gevallen geven we een infuus thuis, maar meestal is dat niet mogelijk. Met paracetamol, ibuprofen en tramadol kunnen we de pijn goed onder controle krijgen. Levensbeëindiging op verzoek is hier niet aan de orde, mensen nemen hun lijden aan en geven het over in Gods handen. De patiënten geloven dat het leven van God gegeven is en dat Hij ook het leven weer neemt. De geestelijke en psychische zorg staat het meest centraal in ons werk. Na de lichamelijke zorg vragen we waar de patiënt zich zorgen over maakt en wat er in zijn gedachten speelt. We lezen soms de bijbel met elkaar en bidden altijd voordat we weggaan. Soms geven we de patiënten kleine kaartjes met Bijbelteksten, maar ook hebben we bijbels in de talen Fon en Frans die we uitdelen.”

Zoveel nood, hoe gaan jullie daarmee om?
“Het moeilijkste van mijn werk is het enorme lijden te zien en vaak met lege handen te staan wat de medische zorg betreft. Dat breekt je hart en ik raak er nooit aan gewend. We hebben een patiënte met hiv en ze heeft een tumor bij haar mond die langzaam haar gezicht weg eet. Geen operatie kan haar helpen. Alleen onze liefde en aandacht maakt voor haar een verschil. Gelukkig kennen wij een God die weet wat lijden is. Hij heeft zijn Zoon gezonden, Hij weet van de patiënt en is hem of haar nabij. Deze wetenschap geeft mensen moed, hoop en troost.”

Hoe is dat, om patiënten te helpen van wie je weet dat ze binnenkort zullen overlijden?
“Zoals ieder mens een keer geboren wordt, zal ook ieder mens een keer overlijden. Sommige mensen krijgen een ongeluk, andere zijn voor langere tijd ziek. Het belangrijkste is dat we de waaromvragen in Gods handen leggen. We zijn dankbaar dat we deel mogen zijn van de gezinnen, door ze te ondersteunen en helpen in een van de moeilijkste fasen van hun leven.”

Hoe wordt er in Benin tegen de dood aangekeken?
“Sterven is hier dagelijks aan de orde is, maar er is bijna geen plaats voor rouwen. Wanneer een patiënt overlijdt wordt hij meteen naar het mortuarium gebracht. Daar wordt er gewacht op de familie en besloten wanneer en waar de begrafenis zal worden gehouden. De meeste overledenen worden alleen naar de begraafplaats gebracht, een kerkdienst of herinneringsdienst is niet aan de orde.”

Welke patiënt zal je niet gauw vergeten?
“Ik moet denken aan een 26-jarige vrouw met borstkanker, zwanger van haar tweede kindje. Als ze eerder naar een dokter had gekund en geld had gehad voor chemotherapie en radiotherapie, had dat haar leven kunnen redden. We hebben veel voor haar gebeden dat ze haar kindje ter wereld mocht brengen. Toen ze ongeveer acht maanden zwanger was, beviel ze van een gezonde zoon. We konden het jongetje voor een half jaar babyvoeding geven. De dag dat de moeder overleed, drie maanden na de geboorte, was een erg verdrietige dag. Op zulke dagen breekt je hart en moet je de situatie teruggeven aan God, dat Hij zal zorgen voor de kinderen.”

Wat is het mooiste aan je werk?
“De blijdschap van de patiënten als we langskomen en de dankbaarheid die ze laten zien. Ons bezoek is voor de meesten het hoogtepunt van de week. Ik denk aan een patiënt van afgelopen week, ze brengt ons vaak terug naar onze auto. Haar gezicht verscholen achter een doek, maar ogen die stralen van hoop, omdat ze weet dat we haar niet vergeten. Zulke momenten zijn parels om te bewaren en daar doe ik het voor!”
Terug naar overzicht