Tussen schip en wal

Vier jaar werkte ze op de Africa Mercy als juf: Remy van den Bogaerdt. Vanuit het International Support Center (ISC) van Mercy Ships in Texas kreeg ze het aanbod voor een nieuwe functie: kinderen van nieuwe vrijwilligers begeleiden voordat ze naar het ziekenhuisschip afreizen. We spreken haar in de periode tussen schip en wal, als ze in Nederland wacht op een Amerikaans visum.

Texas, dat betekent afscheid nemen van de Africa Mercy. Hoe was dat?
“Ja, dat was heel pittig. Vooral ook die tijd van het jaar, net na het einde van het schooljaar. Thuis besef je pas wat je eigenlijk achtergelaten hebt. Mijn cabin is vier jaar mijn thuis geweest. Ik mis het schip zeker! Het meest nog de diepe relaties die ik met mensen heb ontwikkeld. Vanaf het moment dat je opstaat, totdat je naar bed gaat, deel je je leven met elkaar.”

Een nieuwe functie, hoe is dat zo gelopen?
“Ik vond het gezond en goed om na vier jaar op de Africa Mercy te zeggen: ik neem een rustperiode en kijk dan wat ik verder wil gaan doen. Ik kreeg toen al snel de vraag: wil jij, met jouw ervaring en kennis van de Academy (school aan boord, red.) en de kinderen, op het hoofdkantoor komen werken om families te begeleiden als ze naar het schip willen gaan? Dit leek me een hele leuke nieuwe uitdaging! Het betekent dat ik ook in Texas moet gaan wonen, daarvoor wacht ik nu op een visum.”

Wat worden jouw taken op het IOC?
“Drie keer in het jaar vindt in Texas de Onboarding plaats, een periode van zeven weken waarin alle nieuwe vrijwilligers worden voorbereid op hun periode aan boord. Bij deze Onboardings zal ik specifiek de kinderen begeleiden. Afgelopen zomer heb ik al meegedraaid. Door de jaren heen heb ik gezien wat een verschil goede begeleiding maakt. Het maakt mij heel enthousiast dat Mercy Ships zoveel investeert in kinderen, dat ze zo'n functie in het leven hebben geroepen. Daarnaast ben ik het aanspreekpunt voor gezinnen. Ook moet er nog veel ontwikkeld worden. De begeleiding van tevoren is belangrijk, maar zeker ook als de kinderen het schip gaan verlaten. Mijn verlangen is echt om daarin meer voor hen te betekenen. Mijn ervaring aan boord kan ik hier zeker voor gebruiken.”

‘’Ik mis het schip zeker!”

Je hebt zelf ook de Onboarding gedaan vier jaar geleden, wat herinner je daar nog van?
“Het wordt gehouden op het IOC, een prachtige campus op een groot terrein van wel tien, twintig voetbalvelden groot. Een boerderij, verschillende gebouwen en kantoren, een guesthouse, cafeetje en een mooi stuk bos erbij. Ik zag de Onboarding als een overgangsperiode, goed om je voor te bereiden en even tot rust te komen na al het geregel thuis. Fijn om te zien dat je niet de enige bent voor wie alles nieuw zal zijn aan boord. Ook ontdek je dat er meer is dan het schip: kantoren wereldwijd die helpen om het schip mogelijk te maken. Je krijgt vier weken theorie, veel praten, veel luisteren. Daarop volgt een actieve week met onder meer een Basis Safety Training. Als afsluiting en laatste stap reis je met de hele groep naar een land in Afrika om daar iets voor de community te betekenen. In mijn geval was dat Ghana. Zodat je in een kleinere setting in de praktijk gaat meemaken wat je in de weken daarvoor geleerd hebt.”

Wat zijn de belangrijkste lessen die je tijdens de Onboarding hebt geleerd?
“Er schieten mij er twee te binnen. De eerste is 'Give yourself a little grace', wees lief voor je zelf. Dat heeft me erg geholpen. Je kunt enorm streng zijn voor jezelf, hoge eisen stellen, zeker als Nederlander. Als je start met het leven van giften, heb je het idee dat je in alles moet laten zien dat het geld goed besteed wordt. Dus elke vrije minuut besteden aan het helpen van anderen, meedoen met Mercy Ministries enzovoorts. Je hoort al, dat hou je niet vol. Die uitspraak heeft me geholpen om een goede balans te vinden.”
“Andere les is: je bent zelf verantwoordelijk voor je geestelijke groei. Op het schip, zonder je eigen kerk, kerkdiensten, vriendenkring van thuis is dat wennen. Er worden wel dingen aangeboden, maar bij de samenkomsten zit je met misschien wel vijftig, zestig denominaties bij elkaar. Als ik wil dat mijn relatie met God groeit en verdiept, moet ik daarin zelf actie ondernemen. Op het schip heb ik dat echt geleerd, een weg in gevonden. Als ik terugkijk op die vier jaar is mijn geloof dieper en persoonlijker geworden. Als je huis en haard achterlaat en alles zit in twee koffers, komt het heel erg aan op vertrouwen op God. Door losgerukt te worden van mijn veilige plekje in Nederland, heb ik veel geleerd.”

Welk advies zou je geven aan gezinnen die aan boord willen gaan wonen en werken?
“Betrek je kinderen erbij! Ik geloof heel sterk dat niet alleen de ouders geroepen zijn tot leven als zendeling, maar kinderen net zo goed. Daarnaast zeg ik: je moet er veel dingen voor opofferen, maar je krijgt er enorm veel voor terug. Ook is het een schitterende kans, natuurlijk allereerst om God te gehoorzamen door je roeping te volgen, maar ook om je kinderen voor te leven wat het is om volgeling van Jezus te zijn.”

Je hebt jaren met kinderen gewerkt, waar lopen ze als zendingskind tegenaan?
“Kinderen weten soms niet waar ze thuishoren. Als ze net in het zendingsveld zijn, noemen ze hun thuisland nog thuis, maar hoe meer ze gezien hebben, hoe onduidelijker het is waar ze horen. Met het schip bezoeken we ook nog eens veel landen. Wat aan boord pittig is, is de continue verandering van leerlingen, leerkrachten, vrijwilligers aan boord. Er zijn kinderen die een heel leven aan boord opgroeien, maar dat is een klein percentage. Na bijvoorbeeld twee jaar zie je goede vriendjes en vriendinnetjes vertrekken. Elk jaar als ze terugkomen van vakantie zijn er weer een heleboel nieuwe mensen. Afscheid nemen, elke keer opnieuw hallo zeggen, je ziet dat sommige kinderen zich daar wel voor afsluiten. We willen de kinderen hierin zo goed mogelijk begeleiden. In mijn nieuwe functie kan ik hier veel aan bijdragen.”

De nadelen die je noemt, zal jij zelf ook wel herkennen. Hoe ging je hiermee om?
“Ik denk dat ik me heel erg focuste op de lange termijn. Op mensen waarvan ik wist: die zijn er zeker voor minimaal een jaar. Niet dat je niet vriendelijk bent tegen mensen die maar een paar maanden komen, maar je gaat daar niet veel in investeren. Maar er zijn ook tijden geweest dat ik zo vol zat en dat ik me opsloot in m’n cabin, even een plekje voor mezelf. Voordeel voor leerkrachten: die hebben een lokaal waar ze zich in terug kunnen trekken. Je gaat door fases heen. Fases dat je de hele wereld aankan: 'laat mij maar tien nieuwe mensen ontmoeten' en fases van: 'nu even niet'.”

Voor je nieuwe baan ook weer een verandering, je moet in Texas gaan wonen, zin in?
“Nou, heel eerlijk: ik sta er niet om te springen. Ik ben ontzettend enthousiast voor m’n werk, ik zie het zeker wel als een avontuur, maar het gaan wonen in Texas: daar moet ik nog even aan wennen. De cultuurshock zal groter zijn dan op het schip. Waar ik ga wonen is nog niet helemaal duidelijk. De eerste paar maanden gewoon op de campus van Mercy Ships zelf. Daar staan vrijstaande appartementen voor mensen die net als ik in het land komen wonen en (weer) moeten settelen. Mijn wens is dat ik al snel mijn eigen plekje van de organisatie opzoek en een beetje afstand creëer, waarschijnlijk in Tyler, een stadje in de buurt.”

Zou je ooit weer aan boord gaan of op een basisschool in Nederland kunnen werken?
“Ik weet het niet. Ik zeg nergens nee tegen, want God heeft het laatste woord. Op het schip was ik in eerste instantie van plan twee jaar te blijven, het werden er vier. Nu ik twee maanden in Nederland ben, zie ik ook echt wel weer de voordelen van dit land. Soms droom ik een beetje weg: wat zou het fijn zijn om gewoon weer salaris te verdienen en op een school te werken, maar dan denk ik ook wel weer: zou ik dat wel kunnen? Ze zeggen wel 'ruined for the ordinary', zo voel ik het inderdaad. Soms verlang ik ernaar, gewoon weer normaal, maar tegelijkertijd denk ik dat het me heel snel zou gaan vervelen. Eerst Texas!”

Volg Remy's avonturen in Texas op haar blog, www.remynder.nl.
[Interview: oktober 2016]
Back to overview?>