De eerste zes weken van mijn derde periode aan boord van de Global Mercy zijn voorbij. Omdat het zo’n drukke periode was, ben ik er helaas weinig aan toegekomen om even rustig te zitten en terug te blikken op de afgelopen periode. Echter is het nu mijn laatste nachtdienst van de laatste week van het pedriatisch orthopedie blok van zes weken en leek mij dit een mooi moment om eens terug te denken aan alles wat er de afgelopen tijd is gebeurd.
Zes weken geleden stapte ik opnieuw aan boord van de Global Mercy in Freetown, Sierra Leone. Na een lange reis van ruim 15 uur voelde het weer als thuiskomen toen ik vanuit de verte in de haven de lampjes van het schip zag branden. De geuren en geluiden van het land voelden als een warm welkom, letterlijk. De brede glimlachen van de mensen en vriendelijke ‘Welcome Mercy Ships’ kreten onderweg zorgen ervoor dat ik het gevoel heb dat ik weer precies ben waar ik moet zijn op dit moment, ondanks het moeilijke afscheid van mijn familie en thuis nog diezelfde ochtend.
Diezelfde week mocht ik gelijk alweer zes dagen aan de slag. Deze keer op C ward waar het orthopedie blok plaatsvindt voor kinderen, waarin ruim 50 kinderen (meestal tussen vier en twaalf jaar oud) geopereerd worden aan enorme deformiteiten aan hun benen. Denk hierbij aan een extreme versie van O- en X-benen waardoor kinderen niet meer kunnen lopen. Dit kom je in Nederland niet tegen. Naast het feit dat de beentjes zodanig groeien dat de functionaliteit afneemt, worden de kinderen meestal gespest en buitengesloten van hun gemeenschap. Ze zijn vaak geen deel meer van de samenleving. Omdat het veelal aan medische kennis ontbreekt in een land als Sierra Leone, worden oorzaken van dergelijke problemen vaak gezocht in de spirituele wereld. De gemeenschap wil zo snel mogelijk van de kwade geesten af waardoor de kinderen met dergelijke lichamelijke aandoeningen weggestuurd worden of zelfs gemutileerd om de geesten uit te drijven. In Sierra Leone is er dan ook veel sprake van hekserij in gemeenschappen en dorpen waar veel van de kinderen vandaan komen. Dit is een van de redenen waarom het zo onvoorstelbaar belangrijk is dat Mercy Ships in dit land niet alleen kennis, operaties, educatie en opleidingen tot medisch personeel brengt maar ook een enorm licht mag schijnen in dit land door te laten zien wie Jezus is. Want in een land waar in dorpen hele groepen kinderen worden geofferd, mensen gemutileerd worden en duisternis de norm is, is Zijn liefde ongelofelijk hard nodig.
Op dinsdag ochtend was ik de gelukkige die op de eerste dag van dit chirurgisch blok de eerste vier kindjes ontving die hun operatie die dag zouden krijgen. Normaliter worden er twee, hoogstens drie, kinderen per dag geopereerd. De chirurgen wisselen meestal elke twee weken af, opereren de hele dag en komen ’s avonds langs om de kinderen te zien na hun operaties en om de kinderen voor de operaties van de volgende dag te beoordelen. ’s Middags komen de nieuwe opnames, samen met hun ‘caregiver’ (familielid) namelijk altijd aan op de afdeling. Ze krijgen een rondleiding van de ‘day crew’, gaan zich douchen en krijgen allemaal een ziekenhuisjasje of -jurkje aan. Ze hebben allemaal handdoekjes, zeep, tandenborstels etc. gekregen om zichzelf te verzorgen tijdens en na de opname en de kindjes krijgen een handgemaakte gehaakte knuffelbeer. Vervolgens nemen we alle nieuwe kinderen en ‘caregivers’ apart en wordt hen in geuren en kleuren verteld wat de opname hier aan boord inhoudt, hoe de operatie verloopt en hoe de dagen eromheen eruit gaan zien. Hiervoor gebruiken we poppen en knuffels om te laten zien hoe we vitale functies meten, liggen we op de grond om bepaalde bewegingen voor te doen, laten we de kindjes alle materialen, zoals een zuurstofkapje, voelen en proberen we spelenderwijs de kinderen vertrouwd te maken met hun nieuwe omgeving en met ons. Want je kunt je misschien wel voorstellen hoe spannend het is om als kind een operatie te ondergaan, laat staan op een schip, met mensen die er anders uitzien en anders praten en dat alles in een witte, steriele omgeving waar niks bekend lijkt. Toch leggen de kinderen en hun ouders elke dag weer hun volledige vertrouwen in ons en mogen we voor de kinderen zorgen tijdens de leuke maar ook de hele moeilijke momenten.
Nadat de kinderen geopereerd zijn en vaak drie dagen strikte bedrust hebben ondergaan, worden hun gipsen beentjes door de gipsverbandmeesters omwikkeld met ‘loopgips’. Op dit moment komt revalidatie langs om te beginnen met bedoefeningen. Deze oefeningen moeten zes keer per dag voor weken lang worden uitgevoerd. De ‘caregivers’ moeten aandachtig luisteren naar de instructies want als de kinderen ontslagen worden uit het ziekenhuis moeten ze de oefeningen zelf doorzetten om ervoor te zorgen dat het beste resultaat behaald wordt. Omdat er vaak rond de twintig kinderen op de afdeling liggen die dezelfde oefeningen op dezelfde tijden moeten doen, is het erg leuk om er af een toe een soort groeps-pilatesles van te maken met op de achtergrond ‘I like to move it’ schellend uit de speaker. Enthousiast gooi ik dan zelf ook mijn benen omhoog en is het een groot feest om met elkaar te bewegen. Wanneer ze loopgips hebben gekregen, is het vanzelfsprekend ook tijd om voor het eerst te gaan lopen. Het revalidatie team komt elke dag langs om dit met de kinderen te oefenen. Het eerste moment dat de kindjes met hun ‘nieuwe’ benen mogen gaan staan en hun eerste stap zetten met behulp van een looprekje is en blijft bijzonder om getuige van te zijn. Ze realiseren zich dan vaak ook echt dat hun benen nu recht zijn en ze, als dit alles voorbij is, kunnen lopen, rennen, voetballen en spelen met vriendjes. Er is als het ware een heel nieuwe leven voor ze ontstaan en dit is letterlijk de eerste stap in die richting. Langzaam zie je deze kinderen tijdens hun opname opbloeien van stil, verlegen en somber naar vrolijke, spraakzame en ondeugende kleuters en tieners, zoals kinderen horen te zijn. Tijdens hun uurtje veranda tijd doe ik rolstoelraces met de kinderen en scheuren we tussen de andere patienten door, gooien we zandzakjes in een mand en gieren we om de zandzakjes die tegen mijn hoofd aan komen, lakken we de nagels van de meisjes roze en schrijf ik mijn naam en teken ik smileys en bloemetjes op hun gekleurde gipsen beentjes. ‘Jojo’ zeggen ze dan met een brede grijns, wijzend naar mijn met dierenstickers gevulde gezicht. Op momenten als hierboven beschreven, is het zo makkelijk om gevuld te zijn met blijdschap en dankbaarheid en besef ik me wat een voorrecht ik heb om hier te zijn en voor deze mensen te mogen zorgen. Mijn hart voelt opgeladen en vervuld met dankbaarheid.
Maar op andere momenten voelt mijn hart ook zwaar en uitgeput. Want het is niet alleen maar positiviteit tijdens deze intensieve periode voor de kinderen. Sterker nog, het grootste gedeelte van de eerste paar dagen of weken zijn ontzettend moeilijk voor de kinderen. Na de operaties liggen de kinderen in bed met zware gipsen beentjes die ontzettend veel pijn doen. Het is ook niet voor te stellen hoe het moet voelen om je been helemaal te hebben gebroken en de andere kant op te hebben gezet met soms wel tien enorme pinnen in een been. Daarnaast moeten ze hier ook nog eens op lopen en er de hele dag door oefeningen mee doen en jeukt het vaak ook heel erg. Je voelt je dan ook best vaak hulpeloos omdat je soms alle pijnmedicatie en kalmeringsmanieren geprobeerd hebt maar niks werkt. Er zijn soms nachten dat meerdere kinderen niet stoppen met huilen of gillen omdat ze zoveel pijn of jeuk hebben of simpelweg oncomfortabel en/of angstig zijn. Wanneer een klein jongetje in mijn armen tranen met tuiten huilt, huilt mijn hart met hem mee. En wanneer een meisje niet kan stoppen met gillen uit angst voor alles wat er om haar heen gebeurt, blijf ik haar hand vasthouden en aai ik over haar betraande wangen tot ze zich weer veilig voelt. Tegelijkertijd denk ik dan aan de weg die ze nog zullen moeten gaan. Dit is pas het begin van een hele lange, pijnlijke en zware weg waarin ze ongelofelijk veel moed en doorzettingsvermogen moeten tonen. Maar het bijzondere is, is dat ze dat ook allemaal hebben. Deze kinderen komen uit gebroken families of opvanghuizen en extreem moeilijke levensomstandigheden. Ze weten hoe het is om te moeten vechten voor hun leven. Het blijft oneerlijk en dat is wat deze baan ook zo moeilijk maakt. Onrecht, pijn en hulpeloosheid gaan hier hand in hand met dankbaarheid, vreugde en hoop. Wetende dat ik kan meewerken aan die hoop voor beter geeft me in ieder geval het gevoel dat ik op de juiste plek ben en ik hier niet alleen mijn vaardigheden maar juist Gods liefde mag delen door mijn lichtje te schijnen. Hiermee hoop ik dat de lieve kindjes en hun families en vriendjes een glimp mogen zien van hoe het hopelijk ooit zal zijn.


Geef een reactie