We naderen het einde van de field service. Nog maar een paar weken en dan vertrek ik weer naar Nederland en verlaat de Global Mercy Sierra Leone na drie jaar. De afgelopen maanden zijn voorbijgevlogen. Weken vullen zich snel met dag-, avond- en nachtdiensten, bezoekjes aan het Hope Center en excursies om langzaam maar zeker afscheid te nemen van Sierra Leone, dat inmiddels in totaal een jaar mijn thuisland is geweest.
Tijdens de afgelopen anderhalve maand mocht ik twee weken op de ‘Women’s health’ afdeling werken. Dit chirurgisch blok duurde drie weken en hierin zijn ruim 50 vrouwen geopereerd. Veel van deze vrouwen, voornamelijk tussen de 20 en 40 jaar oud, die bij ons op de afdeling kwamen, spraken Engels. Hierdoor was het eigenlijk voor het eerst heel gemakkelijk om wat diepere gesprekken aan te gaan zonder een vertaler nodig te hebben. Het was daarom ook makkelijker om een goede band op te bouwen met deze vrouwen. Daarbij had ik een aantal van deze vrouwen al gezien en gesproken tijdens hun ‘screening’ dus kenden we elkaar al een beetje. Een van de vrouwen die geopereerd werd heet Jeneba. Ze had een enorme cyste in haar baarmoeder en moest na haar operatie wat langer op de afdeling verblijven. Helaas kwam daar ook nog een complicatie bij waardoor ze een ‘VAC-pomp’ kreeg om haar wondgenezing te bevorderen. Ze is nu al zes weken opgenomen op de algemene chirurgische afdeling waar ze alle andere patiënten ziet komen en gaan. Toch wordt ze elke ochtend wakker met een lach op haar gezicht en staat ze even later uit volle borst mee te zingen met de muziek en danst ze er uitbundig op los. Haar optimisme en vrolijkheid werken aanstekelijk op andere patiënten en alle mensen die met haar werken. Toen ik eens samen met Jeneba op de veranda aan een van de ronde plastic tafels zat, vroeg ik haar hoe ze zich nou voelde, nu alle andere vrouwen met ontslag naar huis mochten en medisch klaar waren en zij hier nog zat. Ze keek me aan met een serieuze blik en begon te vertellen hoe haar leven was voordat ze geopereerd werd aan boord. Ze vertelde dat haar familie en omgeving haar verstootten. Ze maakten haar belachelijk omdat ze een grote buik had. Ze treiterden haar en vielen haar lastig. Niemand wilde met haar omgaan, vertelde ze. Ze bezocht ziekenhuizen en klinieken om van haar enorme cyste af te komen maar kon geen enkele behandeling betalen. Ze had geen hoop meer voor de toekomst totdat ze hoorde dat Mercy Ships voor een paar weken gynaecologische operaties ging uitvoeren. Ze vertelde dat dit haar enige hoop was op leven. Ze schreef zich in, liet zich screenen en moest wachten op goedkeuring om geopereerd te worden. Ze bleef bidden totdat ze dit kreeg en eindelijk naar het schip mocht komen voor een gratis operatie. Nu heeft ze geen grote buik meer, is ze gezond en heeft ze weer een toekomst. Haar familie belde haar plotseling weer, nu ze wisten dat ze geopereerd en ‘normaal’ was. Dit frustreerde haar. Ze zei dat wij haar hier aan boord als een mooi mens zagen voor en na de operatie. Ze voelde zich voor het eerst gewaardeerd en geliefd als persoon. Het was duidelijk dat haar kijk op het leven veranderde en wij, als verpleegkundigen, mochten hier getuige van zijn en genieten van haar geweldige persoonlijkheid. Het geluk spatte van haar af toen ze tijdens een van de ‘fashion shows’ op de veranda met een zelfgeknutselde kroon en sieraden over de ‘catwalk’ danste en de koningin was van het evenement. Morgen is de dag dat ze ontslagen wordt uit het ziekenhuis en vanaf dat moment begint er een nieuw leven voor Jeneba.
Naast Jeneba, was er nog een vrouw, Fanta, die wat langer in het ziekenhuis verbleef vanwege een complicatie. Fanta had namelijk nog voor een lange tijd een katheter omdat ze niet kon plassen. Wekenlang werd alles uit de kast gehaald om te zorgen dat ze zou genezen en naar huis kon gaan. Zelf werkte ze in de Aberdeen’s Women’s center als een verloskundige. Ze had dus onwijs veel kennis over gynaecologische zaken. Daarbij sprak ze heel goed Engels maar ook twee andere lokale talen, waarvan er een zo uniek was dat maar een aantal day crew dit sprak. Hierdoor was Fanta in de weken dat ze op de afdeling was opgenomen een grote hulp voor zowel de verpleegkundigen als de patiënten. Ze moedigde andere vrouwen aan wanneer ze het moeilijk hadden, steunde hen fysiek en emotioneel voor en na de operaties en vertaalde voor ons en voor de vrouwen toen er patiënten waren die die unieke taal spraken. Toen bijna alle andere vrouwen ontslagen werden uit het ziekenhuis was het voor haar eindelijk ook zo ver. De speakers speelden haar favoriete lied af en iedereen kreeg om de beurt een dikke knuffel van haar. Ik sprak haar nog even en vertelde haar dat ik begreep dat ze een moeilijke tijd heeft gehad maar het feit dat ze zo’n zegen was voor iedereen op de afdeling kon geen toeval zijn. Alle dingen werken mee ten goede. Ze glimlachte breed en we bedankten elkaar voor alles.
Na de weken op de ‘Women’s health’ mocht ik weer op de algemene kinderafdeling werken. De meeste kinderen worden hier geopereerd aan lies- en navelbreukjes en mogen de dag na hun operatie weer gaan. Toch is er ook een aantal uitzonderingen. Een daarvan is een meisje van anderhalf jaar oud. Ze had een fistel waar ze uit poepte in plaats van een anus. Ze dronk alleen maar borstvoeding en kon niks eten omdat ze het amper uit kon poepen. Ze was mager en verlegen en liet niet veel van zichzelf zien. Haar buikje was opgeblazen en hard, vol met ontlasting die er niet goed uit kon. Op deze manier zou ze niet veel ouder worden. Ze kon hier echter terecht voor een operatie om haar een anus te geven waardoor ze weer zou moeten kunnen poepen en eten en leven als een normaal meisje. Dit was geen simpele operatie en er gingen veel multidisciplinaire overleggen en scans aan vooraf. Toen na veel wikken en wegen en het meermaals aanpassen van het operatieplan uiteindelijk een besluit werd genomen, mocht ze naar de operatiekamer. Urenlang wachtten we op een goed resultaat en dit kwam uiteindelijk: de operatie was geslaagd en het bleek op de best mogelijke manier gedaan te kunnen worden. Ze had een nieuwe anus, hoefde niet nogmaals voor operatie te gaan om het te vergroten en hoefde geen stoma te krijgen. Haar moeder was zo ontzettend dankbaar. Die week konden we beginnen met haar eerste hapjes echte voeding. Eerst wat hapjes voedzame supplementen en even later haar eerste stukje banaan. Ze was zichtbaar aan het genieten toen ze at. Vanaf dat moment veranderde het kleine meisje van een fragiel, afwachtend en voorzichtig kindje naar een vrolijk, breed-lachend en ontdekkend meisje. Naast haar eerste hapjes, zette ze hier ook haar eerste stapjes. Ze liep samen met haar moeder en de verpleegkundigen rondjes over de afdeling en giechelde wanneer ze langs de deur van de verpleegpost liep. Ze begon met zwaaien naar ons door het raam wanneer we naar haar keken en klapte mee op de maat van de liedjes die de geestelijke verzorgers zongen. Haar moeder geniet duidelijk met haar mee en straalt dankbaarheid uit van alle kanten.
Deel uitmaken van dit soort verhalen is eigenlijk onbeschrijfelijk. Wat ik hier beschreven heb is een fractie van wat we hier elke dag opnieuw mogen meemaken. Het kan zwaar en emotioneel voelen maar ook hoopvol en licht. Wanneer mensen mij vragen hoe het is om hier te zijn, dan komen verhalen als deze misschien nog het meeste in de buurt. Verhalen van transformatie, dankbaarheid en bovenal liefde. Liefde die wij mogen uitdelen omdat God ons eerst liefhad en liefde die wij net zo veel terugkrijgen van onze patiënten en hun familie. Het is soms lastig om te bedenken hoe het is om hier te leven. Het is niet voor te stellen als je het niet zelf ziet en hoort. En nog steeds is het lastig om voor te stellen ook al worden we er dagelijks mee geconfronteerd. Het leven hier is hard. Ze moeten het allemaal zelf doen. Het is natuurlijk zo fijn dat we een lichtje kunnen zijn in de levens van zoveel mensen hier maar het liefst wilde ik dat ik hier niet nodig was. Ik zou willen dat de mensen hier konden leven zoals wij dat doen en geen leed en verdriet kennen zoals ze dat hier doen. Maar de realiteit is anders. We zijn hier wel nodig en dat blijven we voorlopig ook in landen zoals Sierra Leone. Ook al is er flink gewerkt aan duurzame zorg en is er onwijs veel veranderd en verbeterd in dat opzicht, het land zal nog lang een hoop leed moeten verdragen. Daarom bid ik ook dat deze mensen ooit vrede en rust mogen hebben. Vrij van pijn en verdriet. Tot die tijd blijf ik me inzetten voor de mensen die het minder hebben en hoop ik dat iedereen die mijn verhalen leest door mij heen een stukje van deze wereld mag zien en op welke manier dan ook een beetje mee wil helpen in het licht verspre









Geef een reactie