Blog

Muziek

Het is eind maart, alweer 11 weken sinds ik voor de derde keer aankwam op de Global Mercy in Freetown, Sierra Leone. Sinds het orthopedische blok een aantal weken geleden is geëindigd, ‘zweef’ ik als het ware rond in het ziekenhuis en mag ik op alle verschillende afdelingen werken. Zo ga ik van een dagje op C-ward waarin ik vijf kinderen mag klaarstomen voor hun herniaoperatie naar een avond op A-ward waarin ik als ‘charge nurse’ een afdeling vol mannen na herniaoperaties moet overtuigen om mee te doen aan de ‘waka waka’. Of een dag waarin ik op D-ward 30 hechtingen uit een gezicht van een jonge vrouw mag verwijderen en haar in de spiegel mag laten zien hoe mooi ze eruit ziet, naar een dagje vrouwen ‘screenen’ voor het nieuwe chirurgische blok ‘Women’s health’.

Dit laatste is nieuw aan boord van de Global Mercy. Drie weken lang worden in maart en april elke dag vrouwen geopereerd aan cystes en fibromen in de baarmoeder en eierstokken en genitale prolaps. Deze vrouwen worden vaak gevonden en naar ons doorverwezen door het ‘Aberdeen Women’s Centre’, een soort kraamcentrum, dat in 2004 is opgezet door onder andere Mercy Ships. Naast kraamzorg verlenen aan de allerarmste vrouwen in de omgeving bieden ze voornamelijk gratis chirurgische zorg voor vrouwen met fistels na geboortes. In dit centrum komen de meest kwetsbare vrouwen van de samenleving die meestal gebukt gaan onder veel schaamte en leed vanwege hun aandoening. Deze vrouwen worden vaak uit huis gezet door hun man, in de steek gelaten en belachelijk gemaakt. Deze vrouwen moeten hard werken en hebben helemaal niks. Daarnaast moeten ze vaak voor jonge kinderen of baby’s zorgen. Deze hartverscheurende situaties zijn geen ongewone verhalen hier. Het spreekt voor zich dat ik graag een klein onderdeel wilde zijn van een bijzondere weg naar een nieuw leven voor een deel van deze vrouwen.

De wachtkamer druppelde langzaam maar zeker vol met ruim 30 vrouwen die die dag onderzocht en bevraagd werden. Wanneer ik in de wachtkamer stond en om me heen keek, zag ik achter elke kleurrijke jurk en prachtige glimlach een schrijnend verhaal. Ik had het voorrecht tien vrouwen te spreken en ze vragen te stellen over hun klachten, hun kinderen en hun leven. Er waren vrouwen die vertelden dat hun man hen had verlaten, dat ze alleen zijn, op straat leven en de hele dag werken om te overleven. Aan het einde van elk gesprek, wanneer ik vroeg of ze nog vragen  hadden, was het enige wat ze zeiden terwijl ze mijn hand vasthielden: ‘Bid dat ik geopereerd mag worden. Ik houd van jullie, dank jullie wel.’ En bidden dat deed ik, en doe ik, wetende dat een groot deel van de vrouwen helaas een ‘nee’ moet horen. Hieraan denken is onwijs moeilijk maar het is ook belangrijk te realiseren dat er een grote groep vrouwen is die geopereerd mag worden en een nieuw leven mag lijden, kinderen mogen krijgen en een zegen mogen zijn voor de mensen en vrouwen om hen heen door wat ze hebben meegemaakt.

Waar sommige dagen beladen voelen, zijn er ook zo veel dagen vol vreugde en blijdschap. Op een zaterdagmiddag hebben de twee overgebleven kinderen op C-ward en ik, de enige verpleegkundige die avond, het weekend feestelijk ingeluid. Een van de jongens, Ibrahim van tien jaar oud, werd heropgenomen vanuit de ‘low care unit’ (LCU) omdat hij plots malaria kreeg. De eerste dagen aan de infusen en medicijnen waren zwaar voor deze jongen, die al zo veel had meegemaakt. Ibrahim ken ik namelijk nog goed van vorig jaar toen er complicaties optraden na zijn orthopedische operatie. Hij heeft toen zo’n half jaar op het schip doorgebracht. In die tijd was Amid, elf jaar oud, ook aan boord en werden ze beste vrienden voor het leven. Maandenlang spendeerden ze elke dag, de hele dag, met elkaar in het ziekenhuis van de Global Mercy of in het Hope Center landinwaarts. Ze deden hun oefeningen samen, leerden samen opnieuw lopen, haalden kattenkwaad uit en kenden alle verpleegkundigen bij naam. Het is dan ook voor te stellen dat het afscheid van elkaar en van ons vorig jaar in juni zeer aangrijpend was voor de jongens (en voor ons). Maar een half jaar later, afgelopen januari werden beide jongens opnieuw opgenomen. Amid voor een nieuwe operatie en Ibrahim voor rehabilitatie. Echter liep het voor Ibrahim iets anders dan verwacht waardoor hij langer moest blijven en Amid heeft nog een lange weg van herstel te gaan maar is al een heel eind.

Net als vorig jaar zijn de jongens onafscheidelijk. Waar Amid is, is Ibrahim en andersom. Omdat Ibrahim die zaterdagavond al goed opgeknapt was, mocht Amid vanuit de LCU die middag en avond op bezoek komen bij Ibrahim in C-ward. Vastberaden de jongens de avond van hun leven te bezorgen, had ik vrienden uitgenodigd om samen muziek te maken voor de jongens. Omdat we wisten dat Amids lievelingsmuziek die van de ‘Sound of music’ is, hadden we van tevoren al wat nummers ingestudeerd. Samen zittend op een stoel keken de jongens met grote ogen naar de instrumenten en vielen ze stil van de klanken van de gitaar. Maar toen mijn mondharmonica tevoorschijn kwam, konden de jongens niets anders doen dan voorzichtig, steeds luider, mee te zingen met hun favoriete liedjes. Na het avondeten bracht ik de karaoke-set tevoorschijn, maakten we papieren petjes met onze artiestennamen erop en zongen we zo hard dat de andere afdelingen kwamen kijken of alles wel goed ging. Na de luidruchtige karaoke zette ik een film aan op de televisie en had ik even de tijd om wat medicijnen klaar te maken. Met ogen die bijna dichtvielen zei Ibrahim toen ik hem ’s avonds instopte dat hij een geweldige avond had gehad. De dagdienst verpleegkundigen de volgende dag hebben het ook geweten want er werd om de haverklap om karaoke gevraagd.

Over een paar dagen mag Ibrahim naar huis. Dit zal een ontzettend moeilijk moment zijn voor Amid. Ze zullen elkaar waarschijnlijk nooit meer zien. De herinneringen die ze samen hebben gemaakt zijn herinneringen voor het leven. Maandenlang hebben de jongens geleefd als broers en vanaf de ene op de andere dag zal dit uit elkaar vallen. Niet alleen voor de jongens zal dit een moeilijk moment zijn. Alle verpleegkundigen die toen en nu voor beide gezorgd hebben, hebben een bijzondere band met deze jongens. We kennen ze door en door en houden van ze als familie. Voorgoed afscheid nemen van patiënten en de lokale mensen is een van de moeilijkste aspecten van het werken als verpleegkundige aan boord  van de Global Mercy. Het schip zal in juni vertrekken en kinderen zoals Amid en Ibrahim zullen het vanaf dan zelf moeten doen. Tot die tijd genieten we elke dag van elkaars gezelschap en ben ik ongelofelijk dankbaar dat ik deel mocht zijn van de levens van deze prachtige kinderen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bekijk alle blogs

Benieuwd naar mijn avontuur aan boord? Lees hier al mijn blogs.