Blog

Thuis

Jolien Daoud

Afgelopen week ben ik, na een half jaar in Sierra Leone aan boord de Global Mercy, eindelijk weer thuisgekomen. Al is het op dit moment nog gek om thuis te noemen. Het is de plek waar ik bijna mijn hele leven gewoond heb, mijn familie en vrienden zijn, mijn spullen zijn en waar ik het meest bekend ben. Ik ben dan ook ongelofelijk dankbaar voor het feit dat ik deze plek vol rust, vrede en overvloed op ieder gebied mijn thuis mag noemen. Maar toch is het anders dan voor ik weg ging. Elke keer dat ik Sierra Leone en de Global Mercy mijn thuis mocht noemen, is er een stukje van mij daar gebleven. Mijn hart is niet langer meer op één plek maar verdeeld in stukjes over de plekken en mensen die ik zo liefheb. Mijn horizon is verbreed, meningen zijn veranderd en perspectieven en prioriteiten verschoven. Hoe meer ik zie hoe het leven kan zijn, hoe meer mijn vermogen om lief te hebben verdiept, mijn dankbaarheid vergroot, de rust in mij versterkt en mijn hart gevoeliger wordt.

Een van de momenten die dit gevoel naar boven bracht was toen een van de patiënten ’s nachts geprikt moest worden om wat buisjes bloed te verkrijgen. Ze had wat klachten na haar operatie waarbij cystes uit haar baarmoeder werden verwijderd. Echter was ze erg bang voor naalden en daarbij lastig te prikken. De eerste keer prikken lukte dan ook niet omdat ze haar arm weg trok en moest huilen. Na wat andere mensen en een röntgenscanner erbij te halen, zou iemand het voor de laatste keer proberen. Ik hield haar hand stevig vast en stelde voor om een liedje te zingen. Dit wilde ze wel dus begon ik zacht ‘You are my sunshine’ te zingen op de donkere zaal. Ze kende dit en probeerde het mee te neuriën terwijl de tranen over haar wangen rolden en ze steeds harder in mijn hand kneep. Hierna begon ik een van de bekendste liedjes in Sierra Leone te zingen, namelijk ‘Tell Papa God tenki’. Dit liedje gaat over God danken voor alles wat Hij heeft gedaan. Ze begon mee te zingen en begon eindelijk te ontspannen. Op dat moment lukte het prikken direct en hadden we wat we nodig hadden. Nadat we de laatste zin zongen, vroeg ik of ze het prikken vond meevallen en ze juichte al huilend en lachend dat ze het niet eens door had. Ze gaf ons een dikke knuffel en ging tevreden slapen. Terugkijkend op deze situatie realiseerde ik me dat je al je talenten voor anderen mag inzetten. Ook al ben je niet de beste zangeres die er is, alle kwaliteiten kunnen en mogen worden ingezet om een lichtje te zijn voor anderen.

Tijdens een van mijn laatste avonddiensten in de laatste week dat het ziekenhuis open was, was er een jongen van achttien jaar oud die voor een paar dagen werd heropgenomen ter observatie na een liesbreukoperatie. Hij had wat zwelling en de chirurgen wilden de jongen voor de zekerheid nog kunnen checken gezien het schip bijna zou vertrekken en het anders te laat zou zijn. Deze jongen was dan ook een van de weinige patiënten die nog aan boord was. Hij moest echter bedrust houden dus hij leek zich wat te vervelen in zijn eentje in een hoekje in bed. Ik vroeg hem of hij misschien wat wilde lezen en hij reageerde heel netjes ‘Yes, ma’. Een paar uur lang lag hij te lezen en ging van boek naar boek, wat vaak kinderboeken waren. Na elk boek dat ik weer kwam brengen lichtten zijn ogen op en bedankte hij mij netjes. Toen ik even kwam praten legde hij over elk boek uit wat hij er zo leuk aan vond. Vervolgens gaf ik hem een woordzoeker om te maken. Terwijl er van alles op zaal gebeurde, van dansende day crew tot aan karaoke en pruiken die door de ruimte vlogen, staarde hij met volle aandacht naar de woordzoeker. Toen hij de eerste af had liet hij mij met een grote glimlach elk gevonden woord in de woordzoeker zien. Daarna keek hij even langs mij naar de kasten met speelgoed en boeken en ik had al gauw door dat hij er nog een wilde maken. Zo ging hij tot in de nacht door met woordzoekers maken en moest ik de nachtdienst overdragen om aan het einde zijn woorden te komen checken met hem. Ik besefte hoe speciaal het is dat we in Nederland, of Europa, zo veel tot onze beschikking hebben. We konden als kinderen gratis boeken lenen bij de bibliotheek, printen zo een woordzoeker uit en hebben allerlei materialen voor het grijpen om onze vrije tijd mee op te vullen. Die avond verliet ik mijn dienst vol dankbaarheid.

Maar bovenal ben ik dankbaar dat ik tijdens mijn hele werkperiode aan boord voor de orthopedische kinderen heb mogen zorgen en een diepe connectie met de kinderen en hun familie heb gekregen. Na een half jaar voelen ze stuk voor stuk als familie. Ik was er op de eerste dag dat de kinderen voor de operaties werden opgenomen tot aan de laatste en mocht het allerlaatste kindje uitzwaaien, vlak voordat ik zelf vertrok. Het was een voorrecht om de 55 kinderen die geholpen zijn aan hun beentjes te mogen zien helen. Van volledig kromme benen waar ze amper op konden lopen, pijnlijke nachten waarin ze soms de longen uit hun lijf schreeuwden, de hele dag door oefeningen doen met de fysiotherapeuten en hun ‘care givers’ en moeilijke gipswissels, naar pijnvrij en vrolijk met rechte benen rondrennen en spelen met al hun vriendjes die een soort familie zijn geworden. Vaak bezocht ik ze, nadat ze na weken eindelijk medisch klaar waren, in het Hope Center in het centrum van Freetown. Hier verbleven de meeste kinderen en hun ‘care givers’ omdat ze ver weg woonden en regelmatig terug naar het schip moesten voor afspraken met de fysiotherapie en voor gipswissels. Wanneer ik langskwam besprongen de kinderen mij en lieten ze allemaal enthousiast hun vorderingen zien. Er moesten rondjes om het gebouw worden gelopen en de kinderen van wie het gips verwijderd was lieten trots hun rechte beentjes zien. In de laatste twee weken van de ‘fieldservice’ sloot het Hope Center en kwamen alle kinderen die nog over waren naar de ‘low care unit’, ook wel LCU, aan boord. Hierdoor kon ik de kinderen elke avond nog even bezoeken voordat ze naar bed gingen en kwam ik nog even bij een aantal moeders en ‘grandma’s’ zitten. Met een van deze grandma’s had ik een hele goede band dus werd er een krukje voor me gepakt en gebaard dat ik gezellig even moest komen zitten tijdens de theetijd. Met handen en voeten en wat gebrekkig Krio (de lokale taal) vanuit mij en wat Engels vanuit grandma probeerde ze me te vertellen dat ze zich zorgen maakte om het herstel van haar kleinkind. Ze at niet meer en was somber. Na een lang gesprek, op onze manier, kon ik haar wat geruststellen en overhalen haar thee te drinken en wat brood te eten. Terwijl ik haar hand stevig vasthield kwam haar kleinkind nog even bij me zitten voordat hij naar bed ging. Grandma keek naar ons en begon te glimlachen. Uit haar tas haalde ze een A4’tje wat ze uit elkaar vouwde. Hierop was een foto van hem te zien voor de operatie, met enorm gebogen benen, en een na de operatie. Op de laatste foto lachte hij breed en stonden zijn beentjes recht. Hij keek op naar mij en vroeg of hij dat wel echt was, wijzend naar de ‘voor-foto’. Ik moest lachen en bevestigde het. Grandma kreeg tranen in haar ogen en leek zich te realiseren wat een immens verschil ze zag. We moesten allemaal lachen en voordat ze naar bed gingen kreeg ik nog een dikke knuffel.

Elke avond lopen, of dansen, we met alle patiënten in het ziekenhuis heen en weer door de lange gaan en zingen we luidkeels mee met de muziek, van ‘Waka’ van Shakira tot aan ‘I have a very big God’. Dit noemen we de ‘Waka waka’ en is een bekend fenomeen op het schip. Toen ik tijdens een van deze ‘waka’s’ in een van de laatste weken om me heen keek naar de luid-zingende, breed glimlachende, dansende patiënten met verbanden om hun hoofd en slangetjes die hier en daar uitsteken, moest ik denken aan het boek ‘Niemand is zoals jij’ van Max Lucado. Dit boek gaat over houten poppetjes die elkaar beoordelen. Ze plakken stippen op de poppetjes die beschadigd en lelijk zijn en sterren op de mooie en slimme poppen. Dit deed me denken aan de mensen die ik hier voor me had. De ‘lelijke’ en ‘niet functionele’ mensen werden verstoten uit hun gemeenschappen en als minder beschouwd door de ‘mooie’ mensen. Net als de met stippen beplakte pop waar het boek om gaat verliezen deze mensen vaak de moed en het geluk in het leven. Maar deze beplakte pop werd door een andere pop naar de maker gebracht en die liet hem inzien dat de maker hem belangrijk vindt, hij prachtig gemaakt is en van hem houdt, ongeacht hoe hij eruit ziet. De patiënten zijn naar het schip gekomen om voor hun ‘lelijke’ onderdelen een operatie te krijgen. Maar aan boord hebben ze niet alleen een operatie gekregen voor hun probleem maar zijn ze ook zo liefgehad. Ze realiseren zich dat ze, voor of na de operatie, met of zonder aanzien, mooie of oude kleren, rechte of kromme benen van zo ontelbaar veel waarde zijn en dat iemand ze zo ontzettend liefheeft. En ondanks de prachtige operaties die Mercy Ships uitvoert is dit misschien nog wel een van de belangrijkste boodschappen en doelen van Mercy Ships.

[caption id=”attachment_42376″ align=”alignnone” width=”300″] Orthopedics patients at the HOPE Center.[/caption]

[caption id=”attachment_42377″ align=”alignnone” width=”300″] Orthopedics patients at the HOPE Center.[/caption]

[caption id=”attachment_42378″ align=”alignnone” width=”300″] Fashion Show event at the HOPE Center.[/caption]

[caption id=”attachment_42379″ align=”alignnone” width=”300″] Fashion Show event at the HOPE Center.[/caption]

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bekijk alle blogs

Benieuwd naar mijn avontuur aan boord? Lees hier al mijn blogs.